
Een van de vroegste beslissingen die we namen tijdens de ontwikkeling van Gameviora ging niet over graphics of gameplay, maar over geluid. Hoe klinkt de diepte? Het antwoord waar we op uitkwamen: bijna niet.
In de eerste prototypes hadden we een rijke soundtrack met veel muzikale lagen. Tijdens playtests merkten we al snel dat dit het gevoel van isolatie — een kernonderdeel van de Gameviora-ervaring — juist ondermijnde. Spelers voelden zich minder alleen in de diepte dan we wilden, en dat werkte averechts op de spanning die we probeerden op te bouwen.
We schrapten zo’n 80% van de muzikale cues en vervingen ze door omgevingsgeluid: het kraken van metaal onder druk, gedempte sonar-pings, en heel af en toe een vaag, onherkenbaar geluid uit de verte dat je nooit helemaal kunt plaatsen.
Het resultaat is een spel dat stiller is dan de meeste, maar juist daardoor spannender aanvoelt op de momenten dat er wél iets gebeurt.